Pilots uitvoeringsagenda 2022

Overzicht van de pilots die zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda van het Schone Lucht Akkoord voor het jaar 2022. Alleen voor de pilots in deze bijlage kan in 2022 cofinanciering via de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord worden aangevraagd om in aanmerking te komen in de categorie ‘pilotprojecten’. Lopende pilots uit de uitvoeringsagenda van 2021, waarvoor in 2022 geen nieuwe pilot projecten kunnen worden ingediend zijn niet opgenomen.

Gedurende het jaar kunnen als dat nodig is, en na besluit van de stuurgroep van het Schone Lucht Akkoord, nieuwe pilots aan de uitvoeringsagenda worden toegevoegd. Hierna kan ook voor deze pilots cofinanciering uit de SpUK worden aangevraagd.

Er zijn twee typen pilots:

  1. Pilots van een specifieke partij in het Schone Lucht Akkoord. Hiervoor kan alleen deze partij een Rijksbijdrage aanvragen (‘specifieke pilot’);
  2. Pilots met open inschrijving. Hier kunnen alle partijen uit het Schone Lucht Akkoord een aanvraag voor indienen (‘open pilot’).

Pilots per thema

De te ontwikkelen pilots worden per thema in het Schone Lucht Akkoord weergegeven.

Regionale samenwerking schone lucht voor de ondersteuning van kleinere gemeenten en een effectieve uitvoering van luchtmaatregelen (open pilots)

Samenwerking van gemeenten en provincie in de uitvoering van het luchtbeleid kan belangrijke voordelen opleveren. Een aantal partijen hebben hier al belangrijke stappen op gezet. Er is de wens om dit verder te versterken. Het moet gaan om nieuwe projecten of aanvullende activiteiten binnen bestaande initiatieven, waarbij een gemeente of provincie voor meerdere gemeenten in de regio activiteiten organiseert voor:

  • Ondersteuning, inclusief externe opdrachten of inzet van omgevingsdiensten, bij het opstellen en uitwerken van effectieve luchtkwaliteitsplannen door gemeenten;
  • Gezamenlijke implementatie van effectieve maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord en/of de decentrale uitvoeringsplannen met speciale aandacht voor uitvoering in andere afdelingen van de gemeentelijke organisatie (bijvoorbeeld inkoop voor mobiliteit en mobiele werktuigen, RO, mobiliteit etc.). Hier kunnen nadrukkelijk ook activiteiten onder vallen die gericht zijn op het borgen van de effectiviteit van beleid door monitoring in de praktijk, betere toezicht en handhaving voor bijvoorbeeld emissiearme stallen, houtstook, industrie, binnenvaart en havens, mobiele werktuigen (inkoop en via publiekrechtelijke instrumenten);
  • Activiteiten gericht op versterken van de samenwerking tussen partijen, gezamenlijke uitvoering en kennisdeling, inclusief de organisatie van bijeenkomsten voor bestuurders, stakeholders en het brede publiek. Een belangrijk doel is om de uitvoering van maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord en aanvullend beleid makkelijker en effectiever te maken, met name voor kleinere gemeenten. Aanpalende initiatieven die elders georganiseerd of ondersteund worden zoals in het kader van de Regionale Energiestrategie, en regionale mobiliteitsstrategieën vallen hier buiten. Activiteiten gericht op het vergroten van de gezondheidswinst door schonere lucht binnen deze initiatieven kunnen wel worden ingediend. Informatie uit de pilotprojecten moet actief worden gedeeld, door rapporten, bijeenkomsten en verslagen via de website te delen en minimaal één kennisoverdrachtssessie voor andere overheden te organiseren.

Toelichting

De stuurgroep van het Schone Lucht Akkoord heef op 31 December 2021 ingestemd met de notitie instapmodel Schone Lucht Akkoord. Deze is voor deelnemers in te zien op de samenwerkingsruimte Schone Lucht Akkoord. Onderdeel van de aanpak is de actielijn II- ‘Inzet vanuit Provincies en gemeenten (eventueel regio’s en samenwerkingsverbanden rondom grotere gemeenten)’.

Hoogblootgestelde gebieden (specifieke pilots)

In 2022 starten vijf pilots voor een gebiedsgerichte aanpak voor hoog blootgestelde gebieden. De pilots hebben tot doel om:

  • meer in detail de bijdrage van verschillende bronnen aan de gezondheidseffecten te onderzoeken
  • te onderzoeken hoe een effectieve gebiedsgerichte aanpak er voor de verschillende gebieden uit kan zien
  • te onderzoeken wat de bijdrage van verschillende maatregelen en van partijen hieraan kan zijn

Ook bespreken partijen wie welke bijdrage aan een efectieve aanpak kan leveren. Het doel is dat de resultaten ook toepasbaar zijn voor andere gebieden in Nederland met vergelijkbare problematieken en opgaven. De stuurgroep heef in december 2021 besloten om met vijf gebiedsgerichte pilots te starten. In april 2022 vinden de startgesprekken plaats, voor werkzaamheden voor de pilots kunnen de partijen cofinanciering aanvragen.

Het gaat om de volgende pilots.

  • Gemeente Leiden: Pilot voor binnenstedelijke gebieden met relatief hoge (achtergrond)concentraties luchtverontreiniging veroorzaakt door meerdere bronnen zoals gemotoriseerd (weg)verkeer, industrie, huishoudens, houtstook etc.
  • Provincie en gemeente Utrecht: pilot voor Binnenstedelijke gebieden met relatief hoge (achtergrond)concentraties luchtverontreiniging veroorzaakt door meerdere bronnen zoals gemotoriseerd (weg)- verkeer, industrie, huishoudens, houtstook etc.
  • Gemeente Tilburg: Pilot havengebieden en gebieden langs vaarwegen in de nabijheid van woningen. De relatief hoge belasting is hier vaak het gevolg van een combinatie van specifieke bronnen zoals industrie, (zee)scheepvaart en havenactiviteiten als overslag etc.
  • Provincie Noord Holland gemeente Beverwijk, Velsen en Heemskerk: Pilot complexe, industriële gebieden waarin sprake is van relatief hoge concentraties luchtverontreiniging als gevolg van een combinatie van specifieke bronnen zoals (zware) industrie en (zee-)scheepvaart, waar ook bronnen als (weg-)verkeer en huishoudens aanwezig zijn.
  • Provincie Groningen: Pilot voor een gebied met een lagere achtergrondconcentratie en substantiële de blootstelling aan lokale bronnen. De pilot wordt uitgevoerd in de regio Delfzijl.

Toezicht en Handhaving Luchtemissies bij Mobiele Werktuigen (open pilots)

Binnen het Schone Lucht Akkoord wordt met betrokken partijen de inzet van schonere mobiele werktuigen in de bouw bevorderd. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er in de praktijk wordt nageleefd wat er is afgesproken in bijvoorbeeld een contract of vergunning. Is het materieel inderdaad zo schoon als is beloofd? Zijn er bijvoorbeeld geen roetfilters verwijderd, etc.

Op dit moment wordt er vanuit de Aanpak Schoon en Emissieloos Bouwen (zie opwegnaarseb.nl), het Schone lucht Akkoord, diverse kennisinstellingen en marktpartijen gewerkt aan een instrumenten om adequaat toezicht en handhaving te kunnen realiseren. Partijen in het Schone Lucht Akkoord worden uitgenodigd om een pilot vorm te geven waarin zij kennis, instrumenten en aanpakken ontwikkelen, toepassen en toetsen om op uitvoerbaarheid in de praktijk.

De uitkomsten van deze pilot kunnen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van de Aanpak Schoon en Emissieloos Bouwen. Met name is er nog behoefte aan uitwerking van juridische kaders en toetsing van de uitvoerbaarheid in de praktijk.

Industrie (open pilots)

Voor het thema industrie in het Schone Lucht Akkoord zijn pilotprojecten welkom voor de volgende drie onderwerpen, of een combinatie daaraan.

Vergunningverlening en handhaving

Doel van de pilot is dat door een provincie (als bevoegd gezag van IPPC-installaties) en de omgevingsdiensten standaard scherp vergund wordt binnen de BREF-range, en effectief gehandhaafd wordt op de emissie-eisen. Bij het sluiten van het Schone Lucht Akkoord was het nog onduidelijk op welk niveau werd vergund en welke condities voor scherpe vergunning noodzakelijk zijn. Via en voorverkenning voor de Pilot industrie en te ontwikkelen pilotprojecten kan kennis hierover opgedaan worden om vergunningverlening en handhaving te optimaliseren. Projecten moeten gericht zijn om aan de onderkant van de BREF-range te vergunnen. Dit kan via bijvoorbeeld aan het opleiden van vergunningverleners, toezicht en handhavers, of aan het inhoudelijk ondersteunen bij vergunningverlening van installaties die als voorbeeldcase dienen. Deze ondersteuning kan van juridische, technische of inhoudelijke aard zijn, of ondersteuning op het vlak van kosteneffectiviteit.

Vrijwillige reductie

In een te ontwikkelen pilot wordt daarnaast gekeken naar mogelijke condities en processen die bedrijven doen besluiten – vrijwillig – verder te gaan dan de eisen die zouden volgen uit het louter toepassen van BBT op het strengste niveau en die afdwingbaar zijn binnen de vergunning.

Integrale benadering

Een te ontwikkelen pilot richt zich op het stimuleren van integraal beleid voor brede milieuthema’s. Gemeenten en provincies hebben naast beleid voor de luchtkwaliteit ook te maken met klimaat en stikstofbeleid. Maatregelen zijn vaak gunstig voor zowel de reductie van de uitstoot van broeikasgassen als van stikstof en luchtverontreinigende stoffen. Deze pilot geef gemeenten en provincies de mogelijkheid ervaring op te doen met integraal beleid voor de industrie.

Een voorbeeld kan zijn het (laten) doorrekenen van de effecten van verschillende stikstof- en klimaatmaatregelen op luchtkwaliteit, zodat de gunstige opties of pakketen gekozen worden waar alle drie de milieuthema’s baat bij hebben. Dit kan helpen bij bijvoorbeeld het opstellen van een integrale aanpak voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein.

Houtstook en Particuliere Huishoudens - Stookverbod bij een Stookalert (open pilots)

In 2021 is een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om een stookverbod in te voeren tijdens een stookalert van het RIVM. Een juridisch instrument is (mogelijk) beschikbaar om het verbod in te voeren, maar verdere detaillering is noodzakelijk. Tot nu toe is nog geen partij uit het Schone Lucht Akkoord overgegaan tot het invoeren van een dergelijk verbod. Gemeenten kunnen een voorstel indienen voor de voorbereiding en invoering van een stookverbod bij een stookalert. en voor de handhaving hiervan.

Landbouw - Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (open pilots)

Binnen het thema landbouw van het Schone Lucht Akkoord willen gemeenten en provincies komend jaar aan de slag met het versterken van vergunningverlening en/of toezicht en handhaving. Hierbij valt te denken aan de volgende activiteiten (geen uitputtende lijst):

  • Het benutten en toepassen van de uitkomsten van het onderdeel uit maatregel 5 van het thema landbouw: landelijke aanpak toezicht luchtwassers dat is opgezet door de provincie Overijssel.
  • Scherper vergunnen door zo scherp mogelijke voorschriften aan de onderkant van de BBT-range te verbinden aan bestaande en nieuwe omgevingsvergunningen voor milieu Landbouw. Dit kan door verder te bouwen op rapport ’Strenger vergunnen’ van het bureau Kokx de Voogd en nader uit te zoeken hoe dit zou kunnen werken in de praktijk. Waar loop je tegenaan, hoe zou je dit goed in instrumenten kunnen vastleggen?
  • Het opleiden van VTH-medewerkers bijvoorbeeld door middel van coaching.
  • Het werken met doelvoorschriften bij de vergunningverlening waarbij gebruik wordt gemaakt van de geboden experimenteerruimte van de Crisis- en herstelwet.
  • Het verder doorvertalen van de Omgevingswet op het gebied van VTH.

Te ontwikkelen pilotprojecten richten zich op één of meerdere van deze activiteiten.

Participatie en Citizen Science (zowel specifieke als open pilots)

Pilot Gemeente Maastricht (specifieke pilot)

Reizende tentoonstelling & uitbreiding doelgroep educatie luchtkwaliteit à € 120k per jaar. De pilot omvat drie actielijnen:

  1. Ontwikkeling van een fysieke, interactieve tentoonstelling over luchtkwaliteit.
  2. Uitbreiding van de doelgroep voor de luchtlessen naar jongere kinderen (middenbouw basisonderwijs).
  3. Het geven van luchtlessen aan jongere kinderen.

Pilot Gemeente Maastricht (specifieke pilot)

Intrinsieke motivatie voor duurzame mobiliteitskeuze bij jongeren à €900k voor drie jaar (incl. 50% co-financiering). Via intervention mapping gedragsverandering voor elkaar krijgen bij jongvolwassenen. De pilot richt zich erop om in een vroegtijdig stadium deze doelgroep te informeren en actief te betrekken en te motiveren zodat ze hun eigen intrinsieke keuze maken om voor duurzame mobiliteit te (blijven) kiezen en niet in de (fossiele brandstof ) auto te stappen.

Open pilots

Inzet van citizen science en innovatieve meettechnieken voor het aantonen van het effect van specifieke maatregelen en het effect van specifieke bronnen. Bij sommige maatregelen voor specifieke bronnen van luchtvervuiling is handhaving een moeilijk punt. Ook is er soms geen gedeeld beeld van de bijdrage van specifieke bronnen aan de concentraties en uiteindelijke blootstelling. Meten en monitoren in de praktijk kan daarbij helpen, maar daarvoor zijn nog lang niet altijd standaardmethoden. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van sensoren. Een te ontwikkelen pilot richt zich op de vraag of innovatieve meetmethoden kunnen worden ingezet voor handhaving van maatregelen of voor het meten van het effect van specifieke bronnen op de luchtkwaliteit Denk bijvoorbeeld aan de bijdrage van biomassa installaties, specifieke industrie, landbouw, scheepvaart, bronbemaling of bouwmachines, wegen, brommers etc. Partijen die in dit kader een aanvraag willen doen moeten in contact treden met het RIVM, voor een goedkeuring van het project.

Mobiliteit (open pilot)

Binnen het thema mobiliteit is er voor SLA-maatregel 4 de mogelijkheid om een pilot op te zeten voor het ontwikkelen van een methodiek voor het berekenen van gezondheidseffecten voor infraprojecten.

Maatregel 4 mobiliteit

Binnen een pilot verkennen gemeenten en provincies in samenwerking met RIVM en GGD-en de mogelijkheden om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies te berekenen bij effectstudies voor projecten waarvan een mogelijk substantieel effect wordt verwacht. Hierbij worden bestaande instrumenten betrokken.