Uitvoeringsagenda SLA-industrie

Voor industrie wordt ingezet op maatregelen voor vergunningverlening en handhaving en emissie-eisen in algemene regels. Ook zal het Rijk zich in Europa inzetten voor ambitieus bronbeleid.

Inhoud

Maatregelen industrie

Voor de industrie is in het Schone Lucht Akkoord (SLA) een aantal vaste maatregelen opgenomen. Deze zijn in de Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2021-2023 verder uitgewerkt. Sommige ervan worden uitgevoerd door provincies en gemeenten als bevoegd gezag. Voor andere maatregelen is het Rijk verantwoordelijk. De 10 maatregelen laten zich onderverdelen in 3 sporen.

In de uitvoering van SLA-maatregelen kijken Rijk, provincies en gemeenten breder dan alleen naar fijnstof, ammoniak en stikstofoxiden. Want ook andere luchtverontreinigende stoffen die de industrie uitstoot, kunnen een belangrijke invloed hebben op de (lokale) luchtkwaliteit.

Spoor 1: Vergunningverlening en handhaving

Binnen dit spoor worden voor de industrie en energiesector emissie-eisen opgenomen die zo dicht mogelijk aan de onderkant BREF-range liggen, op het moment dat er een vergunning moet worden opgesteld of geactualiseerd. Het Rijk zal het bevoegd gezag hierbij faciliteren. Ook wordt nagegaan waar
handhaving mogelijk kan helpen bij emissiereductie. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 8.

Spoor 2: Algemene regels

Emissie-eisen voor de industrie staan niet alleen in vergunningen, maar ook in regelgeving die het Rijk opstelt. Deze zogenoemde algemene regels worden aangepast op basis van haalbaarheidsonderzoek. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 6, 7 en 9.

Spoor 3: Internationale inzet

Het Rijk zal zich in Europa inzetten op ambitieus bronbeleid. Het gaat daarbij om onderhandelingen op het vlak van Richtlijn luchtkwaliteit, Richtlijn industriële emissies (Rie), BREF-herzieningen en de NEC-richtlijn. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregel 10.

Klimaatmaatregelen

Naast de SLA-maatregelen zijn er verschillende klimaatmaatregelen
die bijdragen aan een goede luchtkwaliteit. Bij deze klimaatmaatregelen voert het ministerie van EZK het beleid. Als het relevant is, overleggen het ministerie van EZK en het ministerie van IenW met elkaar. Een voorbeeld is het thema biomassa. De SLA-maatregelen dragen ook bij aan de stikstofaanpak en daarmee aan het bereiken van de natuurdoelen.

Vergunnen

Juridische analyse vergunnen

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft Adviesbureau KokxDeVoogd een rapport opgesteld over de juridische mogelijkheden om resultaatgerichte emissiegrenswaarden te stellen. Het bevoegd gezag gaat hiermee aan de slag bij het verlenen en actualiseren van vergunningen.

Verankeren van zo laag mogelijk vergunnen in lokaal beleid

Veel vergunningverleners zien het zoveel mogelijk aan de onderkant van de BREF-range vergunnen op dit moment nog niet als de standaard. Het verankeren van laag vergunnen in beleid van provincies en gemeenten kan hierbij helpen. Het steunt vergunningverleners en helpt bij de onderbouwing om zo laag mogelijk te vergunnen. De themagroep industrie heeft een modeltekst voor de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving (pdf, 1 MB) gemaakt. Die kunnen provincies en gemeenten overnemen bij het aanpassen van hun nota. Ook zorgt het voor harmonisatie in de vergunningverlening binnen Nederland.

Vrijwillige reductie

Provincies en gemeenten wisselen casussen uit waarin verder is gegaan dan de wettelijk verplichte emissiereductie. Hierin bespreken de provincies en gemeenten wat de aanpak is, welke motivatie gebruikt is, welke knelpunten er waren en wat de leerpunten zijn. Het doel is dat provincies en gemeenten hiervan leren en dat ze dit toepassen bij hun eigen werk.

BBT-kennis beschikbaar stellen

Bedrijven moeten in ieder geval voldoen aan Best beschikbare technieken (BBT). Om goed te kunnen beoordelen of het bedrijf BBT toepast en mogelijk een lagere emissie kan halen, hebben de overheden hierover kennis nodig. Het zoeken is lastig en tijdrovend. Rijkswaterstaat heeft in dit kader de factsheets voor reductietechnieken geactualiseerd. Ook stelt Rijkswaterstaat oplegnotities op voor de BBT-conclusies van herziene BREFs. Deze oplegnotities geven informatie over emissieniveaus van veel best presterende installaties in Europa.

Handhaving: kansen inventariseren en afspraken met ILT

In 2021 en 2022 gaat de themagroep industrie na in hoeverre een betere handhaving van regelgeving voor de industrie kan leiden tot verdere emissiereductie. Als daar belangrijke kansen uit volgen, geeft de themagroep industrie daar in de volgende jaren uitvoering aan. Zo nodig maakt de themagroep industrie afspraken met gemeente, provincies en omgevingsdiensten om toezicht en handhaving te verbeteren. Ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) biedt hierbij een helpende hand. Ze nemen deel aan de themagroep industrie en dragen ideeën en suggesties aan voor een goede uitvoering van SLA-maatregelen.

Advisering over toepassing BBT-conclusies

Als BBT-conclusies zijn gepubliceerd, moet de vergunning en installatie hier binnen 4 jaar aan voldoen. Om vergunningverleners hierin te ondersteunen, stelt Rijkswaterstaat samen met vergunningverleners oplegnotities op. Een oplegnotitie beschrijft op welke manier de BBT-conclusies te implementeren zijn in de Nederlandse situatie. Daarnaast kan deze oplegnotitie een nuttige functie vervullen bij de motivering van strenge(re) eisen in vergunningen en bij eventueel bezwaar en beroep. Ook organiseert Rijkswaterstaat bijeenkomsten met als doel kennisuitwisseling en voorlichting over BBT-conclusies.

Actualiseren factsheets luchtemissiebeperkende technieken

Het bevoegd gezag moet beoordelen of een bedrijf BBT toepast. Hiervoor is kennis nodig over welke reductietechnieken er zijn en waar deze toegepast kunnen worden. De factsheets over reductietechnieken geven informatie over de technische werking en een indicatie van de kosten. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft deze factsheets in 2021/2022 laten actualiseren.

Actualiseren algemene regels

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2020 en 2021 gewerkt aan een concept wijzigingsvoorstel voor emissie-eisen in algemene regels. De wijzigingen gaan over:

  • het aanscherpen van emissie eisen voor kleine en middelgrote biomassaketels
  • het actualiseren van de emissiegrenswaarden in paragraaf 5.4.4 Lucht van het Besluit activiteiten leefomgeving
  • het actualiseren van de rentevoet voor kosteneffectiviteitsberekeningen

Het ministerie is gestart met het formele wetgevingsproces voor een eerste pakket voorgenomen wijzigingen. De consultatieronde over de wijziging van de algemene regels is geweest in maart 2021. Het ministerie streeft naar inwerkingtreding die gelijktijdig is met de Omgevingswet.

De volgende studies zijn hiervoor uitgevoerd:

Het is mogelijk dat het ministerie nog aanvullende studies laat uitvoeren. Deze studies kunnen mogelijk aanleiding vormen voor een tweede pakket aan wijzigingen.

Internationale inzet

Het Rijk neemt deel aan Europese werkgroepen voor de uitvoering en evaluatie van de Richtlijn industriële emissies (Rie), de Richtlijn middelgrote stookinstallaties (MCPD), de NEC-richtlijn (National Emission Ceilings) en de Richtlijn luchtkwaliteit. Bij de herziening van de Richtlijn luchtkwaliteit zet Nederland zich ervoor in om de huidige grenswaarden meer in lijn te brengen met de advieswaarden van de WHO en om deze te ondersteunen met specifiek bronbeleid.

Richtlijn industriële emissies en BREFs

Het Rijk gaat een actieve rol spelen bij de herziening van de Rie. Naar verwachting komt de Europese Commissie in het 2e kwartaal van 2022 met een voorstel, mede in het kader van de 'zero pollution'-ambitie van de Green Deal-strategie van de Europese Commissie. Om emissies naar lucht verder te reduceren, zijn ambitieuze emissiegrenswaarden van belang. Als onderdeel van de Rie worden op Europees niveau BBT-conclusies met achterliggende BREF-documenten opgesteld. Nederland zet in op ambitieuze emissiegrenswaarden en het verkleinen van de range van toegestane emissies. Daarbij werkt het Rijk samen met vergunningverleners om kennis uit te wisselen en branche-specifieke onderzoeken uit te zetten.

Pilot industrie

Pilot vergunningverlening en handhaving

Deze pilot richt zich op de vergunningverlening en handhaving bij IPPC-installaties. Het gaat dan om IPPC-installaties waar de provincie of gemeenten bevoegd gezag is en hun omgevingsdiensten.

Het doel van de pilot is:

  • Vergunningverleners vergunnen standaard zoveel mogelijk aan de onderkant van de BAT-AEL-range.
  • Toezichthouders en handhavers houden effectief toezicht en handhaven zo nodig op de emissie-eisen.

De pilot richt zich op het opdoen van kennis hierover en het optimaliseren van de vergunningverlening en handhaving. SLA-deelnemers kunnen projecten als pilot indienen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • opleiding van vergunningverleners, juristen, toezichthouders en handhavers
  • inhoudelijke ondersteuning bij vergunningverlening van installaties, die als voorbeeldcase gebruikt kunnen  worden. Dit kan juridische, of technische inhoudelijke ondersteuning zijn, of op vlak van kosteneffectiviteit

Pilot vrijwillige reductie

Het doel van de pilot vrijwillige reductie is het verkennen van mogelijke condities en processen die bedrijven doen besluiten – vrijwillig – verder te gaan dan de onderkant van de BAT-AEL-range. Het gaat dus om maatregelen die verder gaan dan volgen uit het toepassen van BBT, want die zijn al afdwingbaar binnen de vergunningverlening.

Pilot integrale benadering

In 2022 bekijkt de themagroep industrie of er behoefte is aan een pilot voor het stimuleren van integraal beleid. Gemeenten en provincies hebben naast luchtbeleid ook te maken met klimaat- en stikstofbeleid. Maatregelen reduceren vaak broeikasgassen, stikstofemissies en luchtverontreinigende stoffen tegelijkertijd. Een dergelijke pilot geeft gemeenten en provincies de mogelijkheid ervaring op te doen met integraal beleid voor de industrie.

Een voorbeeld kan zijn het doorrekenen van stikstof- en klimaatmaatregelen op luchtkwaliteit, zodat de opties of pakketten gekozen worden waar alle drie de milieuthema’s baat bij hebben. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een integrale aanpak voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein.