Samenhang met relevante Green Deals en klimaatakkoord

Samenhang van het Schone Lucht Akkoord met het Klimaatakkoord, Stikstofdossier, de taskforce versnelling innovatieproces, geurbeleid veehouderijen en dierenwelzijn.

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt met de sector over het reduceren van emissies van methaan en koolstofdioxide uit de sector. Deze maatregelen hebben een positief effect op de luchtkwaliteit. Dit komt terug in de intenties van de sectorplannen, waarin rekening wordt gehouden met zowel het Klimaatakkoord als emissiereductie voor gezondheidswinst en natuurbehoud (stikstof ). Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) monitort de uitvoering van het Klimaatakkoord.

Stikstofdossier

De minister van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitL heeft een structurele aanpak stikstof aangekondigd.10 In het wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering wordt dit verder uitgewerkt.11 Daarvoor worden onder de Omgevingswet een omgevingswaarde en een programma opgesteld. De omgevingswaarde houdt in dat in 2030 ten minste de helft van de hectares met voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarden is gebracht. Het programma wordt gemonitord en eventueel bijgesteld. Het streven is om het programma in het voorjaar van 2021 in ontwerp
bekend te maken.

De maatregelen in het programma stikstof hebben allemaal een gunstig effect op de ammoniakemissie en daarmee ook, vanwege de vorming van secundair fijnstof, op de fijnstofconcentratie in de lucht. De maatregelen hebben ook een gunstig effect op andere emissies uit stallen, zoals fijnstof
en geur. Een uit te werken stalmaatregel wordt integraal opgepakt met de SLA-maatregel emissie-eisen voor pluimveestallen. Dit om dubbele investeringen te voorkomen. Tot slot laat het kabinet verkenningen uitvoeren voor de lange termijn, die vooral gaan over de periode na 2030.

Taskforce versnelling innovatieproces

In opdracht van de Rijksoverheid, decentrale overheden en sectorpartijen (vanuit de veehouderij) kijkt de Taskforce versnelling innovatieproces, op basis van casuïstiek, naar de mogelijkheden voor versnelling van de doorlooptijd om innovaties te laten ontstaan en in de praktijk te kunnen
testen en toepassen. Daarnaast wordt het adviesrapport van adviesbureau Rebel gebruikt (over een andere manier van beoordelen van stalinnovaties) gebruikt om te komen tot het sturen op doelen in plaats van bepaalde technieken als middel. Het beter en sneller kunnen gebruiken van innovaties
en het effectiever controleren van de doelen van deze innovaties zorgen voor een snellere reductie van alle emissies uit stallen. In de Kamerbrief van 5 februari 202112 heeft de minister van LNV, mede namens de staatssecretaris van IenW, het adviesrapport van de Taskforce aan de Tweede Kamer aangeboden, inclusief appreciatie.

In de pilot landbouw is een aantal experimenten opgenomen waarmee al in de praktijk wordt geëxperimenteerd met het vergunnen van innovaties met doelvoorschriften. De juridische grond hiervoor is gemaakt in het experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet (CHW) 21e Tranche. Verwachte inwerkingtreding van deze Tranche is begin 2021.

Geurbeleid veehouderijen

Op verzoek van de staatssecretaris van IenW heeft de commissie-Biesheuvel een advies over het geurbeleid uitgebracht. Dit advies heeft geleid tot een aantal acties van de staatssecretaris. Zoals het onderzoeken van een andere
manier van meten van geur en een experiment in het kader van de CHW waarmee bevoegde gezagen instrumenten krijgen om geurhinder bij bestaande situaties aan te pakken. De maatregelen zullen vooral op de lange termijn effect hebben. Het CHW-experiment kan ook een positief effect hebben op andere emissies uit stallen, afhankelijk van de gekozen maatregel. Het CHW-experiment bevat daarnaast instrumenten om emissies van fijnstof en ammoniak te verminderen. In de pilot zijn experimenten opgenomen
waarbij gemeenten starten met het gebruik van de experimentele instrumenten tegen geuremissies.

Dierenwelzijn

Vanuit de EU zijn er regels die het dierenwelzijn verbeteren. Ook vanuit de maatschappij is hier vraag naar. Dit heeft effect op investeringen binnen de sector en het soort maatregelen. Bij het opstellen van generieke maatregelen houdt de rijksoverheid rekening met de investeringen die de sector op het gebied van dierenwelzijn vanuit EU-regelgeving moet doen. Dierenwelzijnsmaatregelen kunnen in bepaalde gevallen negatief uitpakken voor emissies van met name ammoniak en fijnstof. Bij het stimuleren van innovatie moet met beide aspecten rekening gehouden worden.