Uitvoeringsagenda SLA - landbouw

Voor landbouw wordt ingezet op maatregelen die vallen binnen 3 sporen.  Per spoor zijn de verschillende maatregelen uitgewerkt.

De sporen

De maatregelen

  1. Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv)
  2. Sectorale afspraken over integrale brongerichte reducties
  3. Reductie primair fijnstof in pluimvee sector
  4. Invoering generieke emissie-eisen voor biologisch gehouden kippen en varkens
  5. Verbeteren van effectiviteit van emissiearme stallen
  6. Subsidie Brongerichte Verduurzaming (SBV) stal- en managementmaatregelen
  7. Experiment Crisis- en herstelwet
  8. Inzet instrumenten van de Omgevingswet

Maatregelen landbouw

Voor de landbouw zijn in het Schone Lucht Akkoord (SLA) een aantal vaste maatregelen opgenomen. Deze zijn in de Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akoord 2021-2023 verder uitgewerkt.  Ook zijn er via de pilot landbouw een aantal maatregelen opgenomen die tijdens de looptijd van het SLA verder worden uitgewerkt. De maatregelen in de pilot komen voort uit drie sporen. Een verdere uitleg van de drie sporen is te vinden in het ‘Plan van Aanpak pilot landbouw’.

Spoor 1.

Dit spoor bestaat uit het ontwikkelen van een aanpak voor het beter benutten van al aanwezige emissie reducerende technieken. Dit spoor geeft invulling aan SLA-maatregel 5.

Spoor 2.

Dit spoor bestaat uit een aanpak voor het verleiden en verplichten van ondernemers voor het nemen van aanvullende maatregelen in bestaande stallen en in nieuwe stallen. Het gaat om verdergaande maatregelen dan de nu al verplichte maatregelen. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 5, 6 en 7.

Spoor 3.

Dit spoor bestaat uit het maken van een bouwsteen voor de aanpak ontwikkelen via instrumenten uit de Omgevingswet. Een bouwsteen is een voorbeeldpakket van (juridische) maatregelen die een gemeente onder de Omgevingswet kan inzetten om emissiereductie vanuit de landbouw te bereiken. Bij de uitgewerkte vaste afspraken hierna zijn ook de maatregelen uit de pilots opgenomen.

Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv)

Met de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) worden varkenshouders gecompenseerd als ze een locatie beëindigen. Varkenshouders hebben vrijwillig de subsidie aangevraagd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Deze subsidieaanvraag konden veehouders tot begin 2020 doen. Gemeenten borgen gestopte locaties in het omgevingsplan. Provincies trekken de vergunning (Wet Natuurbescherming) in of passen deze aan.

Sectorale afspraken over integrale brongerichte reducties

De rijksoverheid maakt met de sector afspraken over integrale, brongericht reducties van emissies. Deze intenties van de sector heeft de sector vastgelegd in sectorplannen. De plannen hebben een termijn van tien jaar; in 2030 zouden de doelen bereikt moeten zijn. De plannen zijn niet statisch en zijn aan te passen als er nieuwe inzichten ontstaan. Monitoring is onderdeel van de sectorplannen. De minister van LNV heeft over de inhoud van de sectorplannen aan de Kamer gerapporteerd.

Reductie primair fijnstof in pluimvee sector

De pluimveesector maakt uiterlijk juli 2021 een plan om primair fijnstof te reduceren. Doel van het sectorplan is om gezondheidswinst te realiseren, overeenkomend met de te verwachten gezondheidswinst als gevolg van de halvering van de fijnstofemissie in 2030 ten opzichte van 2016. Is de fijnstofreductie onvoldoende of blijkt het plan onverhoopt niet uitvoerbaar, dan stelt het ministerie van IenW een generieke reductie-eis wettelijk vast in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Gemeenten leggen de maatregelen uit het sectorplan vast in vergunningen en/of het omgevingsplan.

Invoering generieke emissie-eisen voor biologisch gehouden kippen en varkens

In het Besluit emissiearme huisvesting voor biologisch gehouden kippen en varkens staat een vrijstelling voor emissie-eisen. Het rijk heft deze vrijstelling op en maakt vervangende eisen. Deze komen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daarbij komt er een overgangstermijn voor bestaande stallen.

Verbeteren van effectiviteit van emissiearme stallen

Kennisoverdracht over emissie-reducerende technieken en een verbeterd toezicht en betere handhaving op die technieken zijn belangrijk. In de pilot landbouw zijn verschillende initiatieven gestart. Dit is niet uitputtend: gedurende de looptijd van het SLA zijn nieuwe initiatieven te starten die gericht zijn op verbetering van bestaande technieken. Ook andere gemeenten dan de huidige pilotdeelnemers kunnen deze maatregelen nemen en/of in hun decentrale uitvoeringsplannen opnemen.

E-learning en expertmeetings over luchtwassers

Het rijk heeft samen met luchtwasserfabrikanten en toezichthouders een e-learning over luchtwassers voor toezichthouders en veehouders ontwikkeld. Rijkswaterstaat organiseert landelijke bijeenkomsten over toezicht op luchtwassers en het werken met elektronische monitoring. Tijdens deze bijeenkomsten vindt ook afstemming plaats over praktijkrichtlijnen over toezicht. Na een aantal landelijke bijeenkomsten gaan omgevingsdiensten, gemeenten of provincies regionale bijeenkomsten organiseren.

Landelijke aanpak toezicht luchtwassers

De provincie Overijssel voert in samenwerking met omgevingsdiensten een toezichtactie uit. Toezichthouders houden in 2020 en 2021 toezicht op de werking van luchtwassers via elektronische monitoring. Deze toezichtactie geeft input voor een landelijke aanpak. De aanpak wordt in 2021 geëvalueerd. Een advies over bredere uitrol wordt daarna aan de Stuurgroep SLA verzonden.

Landelijke aanpak toezicht veehouderijen

Het project Intensivering toezicht veehouderijen (ITV) is een project van de provincie Noord-Brabant, 43 gemeenten en 3 omgevingsdiensten. Sinds eind 2017 worden de veehouderijen in de deelnemende gemeenten op uniforme manier geïnspecteerd op alle onderdelen van de Wet Natuurbescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het blijkt van belang om de goede resultaten en ervaringen met ITV te behouden en om invulling te geven aan de kansen die het project biedt. Deze toezichtactie geeft input voor een landelijke aanpak.

Fijnstof meten met innovatie technieken pluimvee

Met fijnstofmetingen in praktijkstallen wordt de effectiviteit van innovatieve emissiereducerende technieken of maatregelen bepaald. Doel is om een fijnstofemissiefactor voor deze innovatieve technieken te bepalen, die het ministerie van IenW (na advies door de Technische Advies Pool) kan opnemen op de fijnstoflijst9 (Omgevingswet: in de bijlage van de Omgevingsregeling). Door opname op deze lijst kan de techniek in de hele sector worden toegepast en worden de mogelijkheden vergroot om emissiereductie in de praktijk toe te passen.

Voorlichtingsprogramma emissiereducerende technieken

Het ministerie van IenW realiseert in samenwerking met Rijkswaterstaat voorlichtingsmateriaal over emissiereducerende technieken in veehouderijen. Doel is het verbeteren van kennis bij vergunningverleners, toezichthouders, veehouders en adviseurs over de werking en de toepassing van deze technieken. Deelnemers wordt gevraagd dit materiaal te gebruiken en ervaringen en casussen actief met elkaar te delen.

Beter benutten van bestaande technieken in varkensstallen
Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant stimuleert gemeenten in Noord-Brabant om in 2021 plannen te maken om bestaande technieken beter toe te passen voor meer emissiereductie bij varkensstallen. Er wordt nog bepaald welke gemeente dit project zal trekken.

Afspraken sector beter benutten emissiereducerende technieken

Gemeenten maken met de veehouderijsector en omgevingsdiensten afspraken over het beter benutten van emissiereducerende technieken. Het gaat hierbij zowel om nageschakelde technieken als om bronmaatregelen. Deze afspraken kunnen de hele landbouwsector betreffen, dus ook de rundveehouderij. Bij toepassen van deze maatregel is een koppeling te maken met het voorlichtingsprogramma voor fijnstoftechnieken (5e) en het project Beter benutten varkensstallen in Noord-Brabant (5f ).

Subsidie Brongerichte Verduurzaming (SBV) stal- en managementmaatregelen

Het ministerie van LNV heeft de Subsidiemodule brongerichte duurzame stal- en managementmaatregelen (Sbv) ontwikkeld voor onderzoek naar en ontwikkeling van stal- en managementmaatregelen. De twee modules van
de Sbv worden tot en met 2024 gefaseerd opengesteld voor verschillende veehouderijsectoren. RVO zorgt voor de uitvoering van de subsidieregeling. Het ministerie van IenW neemt nieuwe technieken op in de Regeling ammoniak en veehouderijen (vanaf 2022 de Omgevingsregeling). Gemeenten informeren veehouders over deze gesubsidieerde maatregelen en verleiden ze om deze toe te passen. De ondernemer raakt op deze manier bekend met de mogelijkheden en middelen die in te zetten zijn op de meest noodzakelijke plekken.

De Taskforce versnelling innovatieproces stalsystemen heeft op 5 februari 2021 een advies uitgebracht over versnelling van het toepassen van innovaties en nieuwe emissiebeperkende maatregelen.

Experiment Crisis- en herstelwet

Inzet meetsensoren en mogelijkheden doelvoorschriften

Er wordt geëxperimenteerd met het inzetten van sensoren bij veehouderijen in praktijksituaties en het vergunnen hiervan. Vergunnen gebeurt op basis van het experiment in het kader van de Crisis- en herstelwet (CHW) 21e Tranche.
Doel is een snellere en betere toepassing van innovatieve maatregelen. Daarnaast geeft Taskforce innovatie, die het rijk heeft ingesteld, advies over het mogelijk versnellen van het toepassen van innovatie. Dit advies is te benutten bij nieuwe experimenten. Ook doet Wageningen University &
Research (WUR) onderzoek naar de beste manier om sensoren in te zetten.

Met het advies van de Taskforce en het onderzoek van de WUR is verder te experimenteren. Het ministerie van IenW zoekt samen met gemeenten en bedrijfsleven naar aanvullende proeflocaties. Gemeenten en omgevingsdiensten moeten de vergunningen voor de proeflocaties verlenen en er moet daadwerkelijk worden gemeten en geëvalueerd. Omwonenden worden betrokken bij de inspraak en de evaluatie. Na afloop van de proef vertaalt het ministerie van IenW samen met het ministerie van BZK en Rijkswaterstaat de proef door naar regelgeving.

Informatie over toepassen CHW-experiment

Rijkswaterstaat verstrekt informatie aan gemeenten over de toepassing van CHW-experimenten. Dit kunnen experimenten zijn gericht op emissieverlaging op locaties waar extra ingrijpen nodig is. Ook kunnen gemeenten experimenteren met een andere vorm van toezicht en handhaving en met doelvoorschriften. Doelen zijn meer bekendheid met en effectieve toepassing van de nieuwe instrumenten vooremissieverlaging op locaties waar extra ingrijpen nodig is. En voor het experimenteren met een andere vorm van toezicht en handhaving, met doelvoorschriften.

Experimenteren met instrumenten uit CHW-experiment geur en
SLA

Gemeenten gaan via casussen experimenteren met het toepassen van instrumenten uit het CHW-experiment geur en het SLA. Het betreft onder andere het voorschrijven van extra maatregelen in vergunningen of het met maatwerk afwijken van maximale emissiewaarden voor stalsystemen. Gemeenten stellen plannen op voor het effectief inzetten van de nieuwe instrumenten om knelpunten van geur te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Binnen de themagroep wordt in 2021 een plan uitgewerkt voor kennisontwikkeling en kennisdeling tussen gemeenten. Toepassen van het CHW-experiment door decentrale overheden gebeurt op vrijwillige basis.

Inzet instrumenten van de Omgevingswet

Brede uitrol van toepassing van instrumenten uit de Omgevingswet

Mede op basis van de ervaringen in de kortetermijnaanpak wordt een bouwsteen voor emissiereductie in het omgevingsbeleid ontwikkeld. Een bouwsteen is een voorbeeldpakket van (juridische) maatregelen. Deze bouwsteen helpt bij het verder uitrollen van succesvolle manieren om de Omgevingswet toe te passen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de verschillende instrumenten die de Omgevingswet biedt, zoals het vastleggen van ambities in de omgevingsvisie, het opstellen van een programma en het verankeren van regels in het omgevingsplan. Daarnaast wordt begin 2021 besloten of een serious game wordt ontwikkeld over het toepassen van maatregelen in een gemeente onder de Omgevingswet.

Omgevingsprogramma

Drie gemeenten in de Gelderse Vallei, Noord-Brabant en Noord- en Midden-Limburg stellen sectorale omgevingsprogramma’s op voor drie verschillende gebieden. Deze omgevingsprogramma’s zijn te gebruiken als voorbeeld voor andere regio’s. Daarbij is ook aandacht voor het vastleggen van beleidsdoelen en omgevingswaarden in uitvoeringsplannen.

Juridische expertise huidige en toekomstige regelgeving

Rijkswaterstaat ondersteunt pilotgemeenten bij het ontwikkelen van bouwstenen onder de Omgevingswet. Dit doet Rijkswaterstaat door het leveren van juridische expertise over de huidige en toekomstige wet- en regelgeving.