Uitvoeringsagenda SLA - monitoring

Monitoring van de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord (SLA) vindt plaats door een jaarlijkse rapportage van de SLA-deelnemers over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en pilots. RIVM stelt een rapportage op over het bereiken van de doelen van het SLA. Daarnaast wordt er een gezondheidsindicator ontwikkeld.

Maatregelen monitoring

Voor monitoring zijn in het Schone Lucht Akkoord (SLA) maatregelen opgenomen. Deze zijn in de Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akoord 2021-2023 verder uitgewerkt.

Monitoring voortgang van de maatregelen en pilots

Jaarlijks rapporteren alle SLA-deelnemers over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en pilots. Het ministerie van IenW heeft in 2020 een format laten ontwikkelen voor de uitvoeringsplannen van gemeenten en provincies. Gemeenten en provincies gebruiken dit format ook om jaarlijks de voortgang te rapporteren.

Overkoepelende rapportage door RWS leefomgeving

Rijkswaterstaat Leefomgeving verzorgt de overkoepelende rapportage op basis van de geleverde input. Deze rapportage bevat de beschrijvingen van de (vaste en aanvullende) maatregelen en pilots en de fase van uitvoering waarin de maatregel of pilot zich bevindt. Op basis van de rapportages bespreekt de Stuurgroep of er aanvullende activiteiten nodig zijn om eventuele knelpunten op te lossen of kansen te benutten.

Themagroep monitoring werkt plan jaarlijkse rapportage verder uit

In 2021 werkt de themagroep het plan voor de jaarlijkse rapportage en de communicatie hiervan verder uit. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de monitoring vanuit andere akkoorden om dubbel werk te voorkomen.  Daarnaast wordt onderzocht voor welke thema’s en maatregelen aanvullende activiteiten nodig zijn om een goed beeld te krijgen van de doorwerking in de praktijk en de effectiviteit van maatregelen.

Eigen uitvoeringsplan individuele gemeenten en provincies

De individuele gemeenten en provincies leveren elk een eigen uitvoeringsplan aan, ook als ze de uitvoering van het SLA (deels) in regionale samenwerking oppakken. Bij (regionale) samenwerking worden de gezamenlijke maatregelen dus in elk uitvoeringsplan van de samenwerkende deelnemers opgenomen.

Voorbeelden van aanvullende monitoringsactiviteiten

Monitoring houtstook

Themagroep Houtstook wil een onderzoek opzetten onder burgers: stokers en gehinderden. Veel maatregelen zijn bedoeld om – met provincies en gemeenten als intermediair – burgers te doordringen van de negatieve milieu- en gezondheidseffecten van houtstook. En ze een handelingsperspectief te geven voor bewust stoken en melden van en omgaan met overlast.

Belangrijke vragen bij de ontwikkeling van maatregelen zijn:

  • hoe groot is de bekendheid van de maatregelen?
  • hoe ontwikkelen deze maatregelen zich?
  • hoe is de gebruikersvriendelijkheid van de maatregelen?
  • Leiden de maatregelen tot agendasetting en gedragsverandering?

Door dit onderzoek periodiek uit te voeren, ontstaat de mogelijkheid om de effecten van maatregelen te monitoren en uitspraken te doen over de mate van realisatie.

Monitoring mobiele werktuigen

Voor mobiele werktuigen is nog veel onzekerheid over de huidige  samenstelling van het ‘werktuigenpark’. De rijksoverheid heeft, in  samenwerking met de sector, TNO opdracht gegeven om een nulmeting uit te voeren via een enquête onder bouwbedrijven. De resultaten worden gepubliceerd in 2021.

Monitoring afspraken aanbesteding

Luchteisen in aanbestedingen zijn een belangrijke maatregel voor de thema’s mobiliteit, mobiele werktuigen en binnenvaart en havens. Voor de monitoring is het van belang om er zicht op te hebben in hoeverre de afspraken zich succesvol doorvertalen in aanbestedingen. Bekeken wordt hoe dit efficiënt te monitoren is.

Emissiegegevens

Het RIVM publiceert jaarlijks emissiegegevens op www.emissieregistratie.nl. De gegevens worden jaarlijks geëvalueerd in de verschillende themagroepen, zoals voor houtstook en industrie.

Monitoring doelen SLA: luchtkwaliteit en gezondheidsindicator

Het RIVM stelt een keer in de twee jaar een monitoringsrapportage op over de ontwikkeling van de concentraties en het bereiken van de doelen uit het SLA. Hier is voor gekozen om aan te sluiten bij de luchtramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die ook tweejaarlijks verschijnen. De Stuurgroep stelt deze rapportage vast. Daarna wordt de rapportage aan de Tweede Kamer verzonden. De eerste rapportage wordt in 2021 gemaakt en zal gaan over het jaar 2020. Daarna wordt tweejaarlijks een nieuwe rapportage opgesteld. Daarmee sluiten we aan op de rapportage van
de luchtramingen door het PBL.

Onderdelen van monitoringsrapportage RIVM

De rapportage bevat de volgende onderdelen:

  • Rapportage van de emissies: emissies op landelijk niveau per sector van in ieder geval de fijnstoffen PM10 en PM2,5 en van NO2 voor het gepasseerde jaar en een prognose voor de zichtjaren 2025 en 2030.
  • Rapportage van de luchtkwaliteit: concentraties op gemeentelijk niveau van de stoffen PM10, PM2,5 en NO2 voor het gepasseerde jaar en een prognose voor de zichtjaren 2025 en 2030. Daarbij wordt vermeld in welke gemeenten de WHO-advieswaarden wel of niet gehaald zijn en worden in 2030. In 2021 wordt nog niet gerekend voor het zichtjaar 2025.
  • Rapportage van de gezondheidseffecten: landelijke, provinciale en gemeentelijke gemiddelde gezondheidswinst en de voortgang ten opzichte van de doelstelling (landelijk gemiddeld 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016) voor het gepasseerde jaar en voor de zichtjaren 2025 en 2030. Deze winst wordt uitgedrukt in levensduurverlenging in maanden en verloren levensjaren (YLL). In het SLA zijn geen doelstellingen voor gezondheidswinst voor gemeenten en provincies afzonderlijk opgenomen. In 2021 wordt nog niet gerekend voor het zichtjaar 2025.
  • Uitsplitsing van de emissies, concentraties en relatieve bijdragen aan gezondheidseffecten naar de sectoren industrie, (weg)verkeer, mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart en havens, houtstook en luchtvaart van en naar Nederlandse luchthavens. Daarbij wordt vermeld of de dalende trend in de sectoren wordt gerealiseerd en of het SLA op koers ligt om de streefwaarde per sector te behalen.

Aanlevering gegevens door SLA-deelnemers

Deelnemers aan het SLA leveren jaarlijks tussen maart en eind mei gegevens over verkeer en veehouderij aan in de monitoringstool. Dit zijn gegevens over het gepasseerde jaar, en voor verkeer ook een prognose over de zichtjaren 2025 en 2030. Dit is dezelfde monitoringstool als die van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en voor de monitoring onder de Omgevingswet. SLA-deelnemers die deze gegevens al aanleveren voor het NSL en de monitoring van de luchtkwaliteit onder de Omgevingswet, hoeven deze gegevens dus niet dubbel aan te leveren. De SLA-deelnemers -en daarmee de bijbehorende SLA-activiteiten- worden meegenomen in de monitoringscyclus en bijbehorende procesafspraken die jaarlijks geactualiseerd worden voor de monitoring van de luchtkwaliteit.

Berekeningen door RIVM

Eind mei sluit de monitoringstool en gaat het RIVM rekenen. Voor de monitoring van de luchtkwaliteit en de concentraties van luchtverontreinigende stoffen gebruikt het RIVM de GCN-kaarten. Deze geven de concentraties van PM10, PM2,5 en NO2 in vakken van 1 km2 weer. Deze gegevens vult het RIVM aan met verkeers- en veehouderijgegevens om op een hoger detailniveau te kunnen rekenen. In 2021 worden de veehouderijgegevens op een hoger detailniveau nog niet meegenomen in de berekeningen van de gezondheidsindicator, dit gebeurt vanaf 2023. De monitoringsrapportage wordt jaarlijks in december aangeboden aan de  stuurgroep en gepubliceerd en is daarmee openbaar. De rapportage
voor het SLA wordt los van de wettelijk verplichte NSLrapportage uitgebracht.

In 2021 ander proces berekeningen

In 2021 wordt een ander proces gevolgd dan in de jaren erna. Voor het  berekenen van de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten gebruikt het RIVM de verkeersgegevens over 2019 die in het kader van het NSL aangeleverd zijn. Hier is voor gekozen omdat 2020 vanwege de COVID-19-maatregelen geen representatief jaar was en omdat dit het mogelijk maakt de doorrekening sneller uit te voeren.

SLA-deelnemers leveren daarvoor uiterlijk 1 maart 2021 hun decentrale uitvoeringsplan met aanvullende maatregelen aan. De rijksoverheid (ministerie van IenW en het RIVM) zorgen voor de doorrekening van de maatregelen. Het streven is na de zomer 2021 de rapportage over het doelbereik van het SLA aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Doorontwikkeling van de gezondheidsindicator

Het RIVM werkt aan het uitbreiden van de gezondheidsindicator. Deze indicator bevat nu twee indicatoren die iets zeggen over vroegtijdige sterfte door gecombineerde blootstelling aan PM10 en NO2. Het wensbeeld is dat de indicator ook inzicht gaat geven in:

  • de gezondheidswinst uitgedrukt in indicatoren die iets zeggen over ziekte, zoals vermeden ziektelast
  • de totale blootstelling aan luchtverontreiniging door in de gecombineerde blootstelling (input van de berekeningen van de gezondheidsindicator) ook PM2,5 en roet mee te nemen.

Wensen voor de doorontwikkeling van de monitoring Schone Lucht Akkoord

De themagroep monitoring zal wensen voor de doorontwikkeling van monitoring bespreken en de mogelijkheden onderzoeken. Dit zijn op het gebied van emissies en concentraties in ieder geval de onderstaande punten. Voor de gezondheidsindicator moet hier nog nader naar gekeken worden.

  • Verder verfijnen van de GCN-kaart naar bijvoorbeeld 250 m2 voor die bronnen waarvoor meer specifieke informatie over emissies op dat schaalniveau bekend zijn. Hierbij hoort ook:
    • onderzoeken of voor relevante bronnen ook meer gedetailleerde emissiegegevens beschikbaar kunnen komen.
    • onderzoeken of gegevens uit citizen science voor het beter afleiden van gradiënten op meer gedetailleerd schaalniveau te gebruiken zijn, waarbij de mate van betrouwbaarheid een criterium vormt.
  • Emissies en concentraties monitoren en rapporteren van ultrafijn stof en roet/elementair koolstof en PAK’s (in relatie tot houtstook), en nagaan hoe condensables beter mee te nemen zijn in modellen.
  • Een module ontwikkelen om gegevens over houtstook,mobiele werktuigen, binnenvaart en havens en aanvullendegegevens voor de industrie en landbouw toe tevoegen voor de berekeningen van de luchtkwaliteit op hoger detailniveau dan GCN (1 km2).
  • Resultaten van pilots met citizen science en verbeteringen en verfijningen in databronnen gebruiken om luchtkwaliteitsmodellen te verbeteren als dit mogelijk blijkt.
  • Gebruik door RIVM van aanvullende databronnen voor gebieden buiten het SLA en de aandachtsgebieden.
  • Ook andere zichtjaren dan 2030 gebruiken, bijvoorbeeld 2025 en 2040.
  • Verder verfijnen van de prognoses: rekenen met klimaatscenario’s, verfijnen van de demografie, meer rekening houden met structuurwijzigingen in Nederland (zoals wijken van het gas af, bijbouwen van 1 miljoen woningen).

Evaluatie en herijking uitvoeringagenda

De Stuurgroep bespreekt jaarlijks de voortgang van de uitvoering van vaste maatregelen, pilots en aanvullende maatregelen aan de hand van de daartoe opgestelde interne rapportage. Als het nodig en wenselijk is, doet de werkgroep voorstellen aan de Stuurgroep voor herijking van de uitvoeringsagenda.

Als blijkt dat één of meer SLA-deelnemers maatregelen niet uitvoeren, dan bespreekt de Stuurgroep dit met deze deelnemers. Op basis van de doorrekening van de effecten op de luchtkwaliteit en de gezondheidseffecten evalueren SLA-deelnemers of de partijen op koers liggen om de doelen uit artikel 1 van het SLA te halen.

Is dit niet het geval, dan voegen SLA-deelnemers maatregelen toe aan de uitvoeringsagenda of aan de eigen uitvoeringsplannen. Besluiten partijen dat een wijziging van de afspraken uit het akkoord zelf noodzakelijk is, dan is toestemming van de deelnemers nodig.