ILT helpt afspraken Schone Lucht Akkoord nakomen

Gepubliceerd 20 februari 2023

Als een van de circa 800 bedrijven in de zware of risicovolle industrie een nieuwe vergunning of wijziging aanvraagt, speelt de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) vaak een rol. Degene die de vergunning gaat verlenen – meestal een provincie, soms een gemeente – móet de ILT in de gelegenheid stellen om advies uit te brengen.

De experts van deze inspectiedienst nemen in hun advies de afspraken uit het Schone Lucht Akkoord expliciet mee. Dat extra toezicht zorgde 24 keer voor advisering over strengere vergunningeisen om schonere lucht te realiseren in 2022.

Advies is niet vrijblijvend

Een advies van de ILT is niet vrijblijvend. Als de eisen niet in de conceptvergunning terechtkomen, volgt een zienswijze van de ILT. ‘Dat is een vriendelijke omschrijving voor een tik op de vingers. De aanpassingen die wij aangeven, zijn voor vergunningverleners echt belangrijk om door te voeren’, zeggen Domien Claessens en Eric Jansen, wettelijk adviseurs bij de ILT. Gaat zelfs de definitieve vergunning ongewijzigd de deur uit, dan volgt soms de gang naar de rechter. ‘Zover komt het hooguit eens per jaar.’

24 keer advisering over schonere lucht

Jaarlijks beoordeelt de ILT circa 140 vergunningaanvragen om te kijken of de wet- en regelgeving en afspraken uit akkoorden goed worden nageleefd. Regels voor onder meer afval, externe veiligheid en lucht. De ILT stuurt regelmatig bij; de dienst brengt elk jaar ongeveer 80 adviezen of zienswijzen uit.

15 keer gaf de inspectiedienst in 2022 bij een vergunningaanvraag het advies om de vergunning aan te scherpen op basis van de afspraken in het Schone Lucht Akkoord. 9 keer is een zienswijze op het ontwerpbesluit uitgebracht. Claessens: ‘Dat betekent dat we afgelopen jaar 24 keer hebben gevraagd aan bevoegd gezag en de industrie om de gewenste maatregelen te nemen om zo min mogelijk luchtverontreinigende stoffen uit te stoten.’

Juridische status

Het Schone Lucht Akkoord is geen wet. Bedrijven kunnen zeggen dat het geen juridische status heeft. Maar het bevoegd gezag, vaak de provincie, heeft het recht en de plicht om te beoordelen of een bedrijf wel de beste beschikbare technieken hanteert en zo min mogelijk uitstoot veroorzaakt.

‘Gedeputeerden hebben hun handtekening gezet onder de afspraak om zo streng en schoon mogelijk te vergunnen. Daarom kan een provincie niet zeggen: de uitstoot van dit bedrijf is hoog, maar ligt binnen de bandbreedte die wettelijk is toegestaan, het is wel best zo. Nee, ze moeten in de vergunning het bedrijf aansporen de beste beschikbare technieken te gebruiken om zo dicht mogelijk aan de onderkant van die toegestane bandbreedte (BREF-range) uit te komen. Bedrijven moeten maximaal hun best doen om uitstoot van verontreinigende stoffen te voorkomen. Daar wijzen we provincies en gemeenten op’, zegt Jansen.

Schoonste van de wereld

‘Wat de beste beschikbare technieken zijn? We kijken vaak of er al bedrijven zijn die bepaalde technieken toepassen. Dan zijn ze haalbaar. De enige voorwaarde is in principe dat je in de BREF-range uitkomt, niet meteen eronder. Al kan dat wel op het moment dat de BREF-range achterloopt op de praktijk’, licht Claessens toe.

Er komen steeds meer bedrijven die zelf initiatief nemen om het beter te doen dan de wet voorschrijft. ‘In Rotterdam is laatst een vergunning verleend aan een Japans bedrijf dat dubbele luchtreinigingstechnieken gebruikt. De BREF-range voor de uitstoot voor stikstofoxide in die sector is tussen de 50 en 120 mg/Nm3 . Dit bedrijf heeft een vergunning voor 20 mg/Nm3 aangevraagd en is in één klap het schoonste van de wereld.’

Steuntje in de rug

‘Vergunningverleners zijn soms niet blij met ons. Een zienswijze maakt openbaar duidelijk dat ze nog geen goede vergunning afgeven. Dat het schoner moet. Wij houden hen scherp’, zegt Claessens.

Jansen vult aan: ‘Maar de meeste vergunningverleners vinden ons advies juist fijn. Ze zien het als een steuntje in de rug om het Schone Lucht Akkoord na te leven. Sommigen maken graag gebruik van onze expertise, zien ons als kennisbank. We worden tegenwoordig vaak al in een vroeg stadium gevraagd om mee te denken bij het vaststellen van de best beschikbare technieken. Soms al voor de vergunningaanvraag van een bedrijf binnen is.’

‘Bovendien zorgen we voor een gelijk speelveld. Provincies weten van elkaar vaak niet hoe ze bepaalde producten of processen beoordelen. Zijn rubberen bandenkorrels bijvoorbeeld afval of een grondstof? Wij beoordelen of elke provincie hetzelfde handelt.’

Grootste effect

Claessens: ‘Maar het belangrijkste is dat je met deze adviestaak de grootste vervuiling voorkomt. De zware en risicovolle industrie waarvoor de ILT wettelijk adviseur is, veroorzaakt 83 procent van de industriële stikstofoxide-uitstoot en 90 procent van de industriële zwaveldioxide-uitstoot. Daar heeft verdere emissiereductie het grootste effect.’


Foto Domien Claessens

Domien Claessens, ILT

Foto Eric Jansen

Eric Jansen, ILT