Houtstook van particuliere huishoudens

HoutstookLuchtvervuiling uit woningen levert 14% van de gezondheidsschade uit binnenlandse bronnen. Hieronder valt ook houtrook. Zonder aanvullend beleid zal de relatieve bijdrage toenemen. Met de maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt een afname van de gezondheidseffecten nagestreefd. De maatregelen in het SLA richten zich op het stoken van hout binnenshuis. Het doel is een dalende trend van emissies naar lucht ten opzichte van 2016. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar de handhaving van overlastsituaties en het creëren van een gezondere leefomgeving voor gevoelige groepen.

Samenwerkruimte

Hulp bij het uitvoeren

Houtstook in de uitvoeringsagenda SLA

De maatregelen voor houtstook richten zich op bewustwording en voorlichting, regelgeving voor emissies van houtstook en op handhaving van overlastsituaties. Sommige maatregelen worden uitgevoerd door provincies en gemeenten als bevoegd gezag. Voor andere maatregelen is het Rijk verantwoordelijk.

De maatregelen in 3 sporen

Spoor 1: Voorlichting en informatie

Niet elke stoker is zich ervan bewust dat houtstook de gezondheid van de stoker en de omwonenden negatief kan beïnvloeden. Daarom is bewustwording en voorlichting een belangrijk spoor in het thema houtstook. Gemeenten krijgen de beschikking over voorlichtingsmateriaal over preventie, toezicht en handhaving. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 1, 2 en 8 voor houtstook.

Spoor 2: Regelgeving uitstoot

Emissie-eisen zijn vastgelegd in EU-regelgeving, uitvoering in Nederlandse
wetgeving. Emissies van houtstook zijn te reduceren door stimulering van het gebruik van het modernste type kachels en uitfasering van verouderde types. Dit spoor geeft invulling aan de SLA-maatregelen 5 en 11 voor houtstook. Maatregel 3 en 4 vielen ook  onder dit spoor.

Spoor 3: Handhaving houtrook

Het Rijk en gemeenten werken samen aan het ontwikkelen van een toetsingskader voor de beoordeling van houtrookoverlast en de gezondheidsimpact. Dit spoor geeft invulling aan de SLAmaatregelen 6, 7, 9 en 10 voor houtstook.

De maatregelen en twee pilots

1. Ontwikkelen en beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal

Het ministerie van IenW heeft in 2019 voorlichtingsmateriaal over houtstook ontwikkeld en besteedt hierin aandacht aan de gezondheidseffecten van houtrook (zowel winter- als zomerstook). Gemeenten en provincies zetten actief in op de inzet van voorlichting over houtstook via hun eigen communicatiekanalen op basis van het landelijk ontwikkelde materiaal, onder andere door op hun website en via social media aandacht te geven aan de gezondheidsimpact van houtstook.

Jaarlijks voorafgaand aan het stookseizoen wordt bekeken of en hoe dit materiaal aangepast moet worden. Provincies en gemeenten kunnen het materiaal gebruiken voor hun eigen voorlichting aan burgers. Burgers ontvangen zo informatie over de gezondheidseffecten van houtstook en de mogelijkheden om bewust(er) te stoken.

2. Voorlichting meenemen bij energietransitie en aardgasvrije wijken

Partijen besteden in de communicatie aan bewoners rondom de energietransitie en gasloze wijken aandacht aan de gezondheidseffecten van houtrook. De energietransitie is een belangrijk thema waarmee overheden de komende jaren aan de slag gaan. De ambitie is om Nederland in 2050 aardgasvrij te maken.

Gemeenten gaan burgers informeren over de gezondheidseffecten van houtstook in de energietransitie. Woningeigenaren en huurders kunnen deze gezondheidseffecten meewegen in hun keuze voor een andere verwarmingsbron.

Gemeenten hebben Regionale Energie Strategieën (RES'en), warmtevisies en wijkuitvoeringsplannen (WUP's) opgesteld. De effecten van houtrook hebben gemeenten ook opgenomen in de WUP's.

De ministeries van IenW, EZK en BZK ondersteunen waar nodig. Informatie staat op de website nationale programma regionale energiestrategie en de website transitievisie warmte en wijkuitvoeringsplan.

8. Stookalert

Sinds 1 november 2019 voert de Rijksoverheid een landelijke stookalert in op dagen met ongunstig weer. Bij ongunstig weer of een slechte luchtkwaliteit blijft de rook hangen en wordt door het RIVM een stookalert afgekondigd die bewoners afraadt om de houtkachel aan te steken. De Rijksoverheid brengt het stookalert onder de aandacht. Deelnemende provincies en gemeenten geven actief via hun eigen kanalen aan als er sprake is van een stookalert.

Het KNMI en het RIVM hebben het stookalert in 2019 ontwikkeld in opdracht van het ministerie van IenW. Een stookalert waarschuwt bezitters van houtkachels en/of open haarden om niet te stoken bij ongunstige weersomstandigheden, omdat de rook dan blijft hangen en overlast geeft voor de stoker en de omgeving.

Gemeenten en provincies zullen actief communiceren via hun eigen kanalen als het stookalert wordt afgegeven. Bijvoorbeeld via website applicaties,  social media en radio/tv. Ter ondersteuning heeft IenW sinds februari 2022 voorlichtingsmateriaal beschikbaar gesteld over het stookalert.

In de Stookwijzer wordt het stookalert vermeld. IenW laat het stookalert jaarlijks evalueren. Daarbij betrekt IenW geïnteresseerde gemeenten en provincies.

5. Ecodesign-verordening verder aanscherpen

In Benelux- en Europees verband zet de Rijksoverheid zich, in overleg met de sector, in voor verdere aanscherping op termijn van de Ecodesign-eisen voor nieuwe (particuliere) hout- en pellet kachels.

De Europese Ecodesign verordening zet een belangrijke stap naar minder emissies uit kachels. Een aanscherping kan in de toekomst de emissies verder terugdringen.

11. Onderzoek naar aanvullende maatregelen

De Rijksoverheid onderzoekt de mogelijkheid en effecten van aanvullende maatregelen om overlast door onjuist stoken tegen te gaan. Bijvoorbeeld de invoering van het Duitse systeem, volgens de aanbevelingen van het IBO-luchtkwaliteit, voor controle op goed stookgedrag en certificering van de installatie van de kachels.

Het ministerie van IenW laat verkennen welke aanvullende maatregel in de Nederlandse situatie kansrijk en effectief kunnen zijn. De 1e publicatie is in 2022.

6. Routewijzer houtstook en overlast

De Rijksoverheid actualiseert samen met geïnteresseerde gemeenten de toolkit Overlast van houtstook. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre een onderbouwde gezondheidsschade mee te nemen is. Bij een positief resultaat kunnen gemeenten deze methode toepassen bij de handhaving bij overlast als gevolg van (onjuiste) toepassing van houtstook.

Omgevingsdiensten, gemeenten, RIVM, GGD GHOR, TNO, RWS en IenW werken samen aan een actualisatie van het stappenplan bij houtstookoverlast (pdf, 226 kB). Het stappenplan is in 2022 uitgebreid en heeft een nieuwe naam gekregen: de Routewijzer houtstook en overlast. De routewijzer biedt gemeenten een handreiking die ze kunnen toepassen bij overlast door houtstook. Ook de mogelijkheden die gemeenten hebben om hun eigen regels op te stellen, worden verkend. Bijvoorbeeld het stellen van regels voor houtstook (zoals het vochtgehalte van hout of de stookduur).

7. Meetmethode en gezondheidsimpact

De Rijksoverheid test samen met geïnteresseerde gemeenten de ontwikkelde methode voor het vaststellen van de lokale gezondheidsimpact van houtrook. Die methode is gebaseerd op het meten van de belangrijkste emittenten die bepalend zijn voor de gezondheidsimpact van houtrook. Bij een positief resultaat kunnen gemeenten deze methode mogelijk toepassen bij de handhaving bij overlast als gevolg van (onjuiste) toepassing van houtstook.

RIVM, TNO, IRAS (Universiteit Utrecht) en GGD Amsterdam hebben in 2021 het Samenwerking Houtrookonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat houtrook te meten is met een continu metende roetmonitor. Voor de toepassing bij handhaving is het nodig dat de bijdrage van individuele kachels aan de blootstelling van de gehinderde kan worden aangetoond. De Rijksoverheid gaat met onderzoekers, gemeenten en stakeholders na of andere manieren voor het aantonen van overlast mogelijk zijn.

9. Doorsturen klachten vanuit Stookwijzer naar gemeenten

De melding van overlast via www.stookwijzer.nu is voor burgers een laagdrempelige manier om aan te geven dat zij overlast ervaren. Burgers kunnen hier hun meldingen over houtstook indienen. De stookwijzer stuurt de meldingen geautomatiseerd door naar de SLA-gemeenten. Dit geeft gemeenten inzicht in de omvang en mate van de lokale hinder.

Ook gemeenten die niet aangesloten zijn bij het SLA, kunnen meldingen ontvangen via de Stookwijzer. Deze gemeenten hebben hierover in november 2021 een brief ontvangen van de staatsecretaris. Hierop reageerden 24 gemeenten die niet aangesloten zijn bij het SLA. In februari 2022 waren er in totaal 110 gemeenten aangesloten bij de Stookwijzer.

10. Acteren door gemeenten bij herhaalde overlast

Gemeenten acteren bij herhaalde overlast en nemen de meldingen van de Stookwijzer in ontvangst. Hiervoor kunnen ze gebruikmaken van de Routewijzer houtstook en overlast. Bij herhaalde overlast kunnen gemeenten voorlichting geven en buurtbemiddeling of handhaving in zetten.

Gemeenten kunnen de specifieke zorgplicht verduidelijken of nadere regels stellen in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door toetsingscriteria op te stellen voor het beoordelen van overlast of een wijkgerichte aanpak. In de themagroep Houtstook wisselen SLA-deelnemers kennis uit. Beste practices en tips over een effectieve aanpak worden gedeeld met andere gemeenten en stakeholders.

Pilots Houtrook

Het thema Houtrook heeft 2 pilots:

  • houtstookarme / houtstookvrije wijken
  • stookverbod bij een RIVM-stookalert

De beide pilots richten zich op particuliere haarden en houtkachels voor binnenshuis. Bij positieve uitkomsten van de pilots houtrook verkennen gemeenten de mogelijkheden om dit toe te passen.

Pilot houtstookarme/houtstookvrije wijken

De gemeenten Utrecht, Helmond en Nijmegen doen mee aan de pilot houtstookarme/houtstookvrije wijken. Partijen onderzoeken de juridische mogelijkheden en praktische uitvoering om houtrook te beperken en houtrookvrije en houtrookarme buurten te realiseren. Het onderzoek geeft zicht op de mogelijkheden voor het stellen van eisen, handhaving en toezicht en meetprotocollen. Ook wordt onderzocht hoe bewoners goed betrokken kunnen worden. De drie gemeenten onderzoeken in deze pilot:

  • welk pakket van maatregelen het meest adequaat is om te zorgen voor zo min mogelijk (overlast van) houtrook
  • wat nodig is om een nieuwbouwwijk houtstookarm te maken

Elke gemeente geeft invulling aan een deel van de pilot.

Gemeente Utrecht
Legt de focus op stadsbrede benadering van de aanpak van de houtstookproblematiek, met een voorlichtingscampagne (Utrechtse stookstandaard), houtstooktrainingen en een subsidieregeling om het gebruik van open haarden en oude houtkachels uit te faseren.

Gemeente Helmond
Onderzoekt de mogelijkheden voor een houtstookarme nieuwbouwwijk.

Gemeente Nijmegen
Richt zich op bewustwording van de gezondheidseffecten. In Nijmegen-West voert de gemeente een proef uit met een subsidieregeling.

Uitwisseling ervaringen en resultaten pilot
De gemeenten wisselen jaarlijks hun kennis en ervaringen uit via de themagroep Houtstook. Op de samenwerkingsruimte delen de gemeenten de resultaten. Bij positieve uitkomsten van de pilot houtstookarme/houtstookvrije wijken verkennen gemeenten de mogelijkheden om dit in hun eigen gemeente toe te passen.

Pilot stookverbod bij een RIVM-stookalert

Deze pilot verkent de mogelijkheden van een stookverbod tijdens een RIVM-stookalert. De pilot is in 2021 gestart. Een juridisch instrument is (mogelijk) beschikbaar om het verbod in te voeren, maar een verder uitwerking van deze mogelijkheid is nog nodig. De pilot heeft nieuwe inzichten opgeleverd voor de verdere ontwikkeling van beleid voor het verminderen van houtstookemissies en overlast door een stookverbod.

Meer informatie