Specifieke zorgplicht (tegen rookoverlast)

Met de specifieke zorgplicht hebt u als gemeente een kapstok om op te treden tegen ernstige rookhinder door het stoken van hout en andere stoffen. Gemeenten kunnen dit overlastartikel lokaal aanpassen en/of uitwerken.

Op deze pagina

Wijzigingen in de Omgevingswet

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (2024) geldt voor particuliere houtstook de specifieke zorgplicht  voor bouwwerken, open erven en terreinen. Deze zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen het eerdere overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit.

Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk

Lid 2: Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

[…]

Artikel 22.20 bevat dezelfde zorgplicht, maar dan voor het gebruik van open erven en terreinen. De toelichting geeft aan dat deze zorgplicht een kapstok kan zijn bij om op te treden tegen ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen.

Gevaar voor de gezondheid of veiligheid

In artikel 22.18 en 22.20, lid 1 van de bruidsschat staat nog een specifieke zorgplicht, ter voorkoming van ‘gevaar voor de gezondheid of veiligheid’:

''Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.''

Het is onduidelijk of lid 1 ook bruikbaar is/wordt voor particuliere houtstook. Op dit moment bestaan er (volgens vaste jurisprudentie) nog geen algemeen aanvaarde inzichten of en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook, afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt.

Aan de andere kant ontwikkelt de kennis hierover zich wel; bijvoorbeeld via het ‘Samenwerking Houtrookonderzoek’ van het RIVM.

Ruimte voor bestuurlijke afweging

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten de specifieke zorgplicht van de bruidsschat lokaal aanpassen en/of uitwerken. Bijvoorbeeld door er beoordelingscriteria aan te koppelen. Zo kan de gemeente overlast op eenzelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen.

Daarnaast kunt u als gemeente in individuele gevallen een maatwerkvoorschrift opstellen, om de specifieke zorgplicht in een concrete situatie te verduidelijken. Bijvoorbeeld: de bewoners van adres X mogen de kachel alleen gebruiken bij een bepaalde windrichting, omdat er anders te veel overlast is voor de omgeving.

Samenhang met andere (voorbeeld)regel(s) in het omgevingsplan

Naast de specifieke zorgplicht kunt u als gemeente ook aanvullende algemene stookregels opnemen in het omgevingsplan. Dan is het niet nodig om aan te tonen dat er sprake is van overlast, maar u kunt direct handhaven op de algemene regel. Het gaat dan bijvoorbeeld om regels over stoken bij specifieke weersomstandigheden en schoner stoken.

Handhaving op die regels zal een deel van de overlastsituaties kunnen beperken. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om weersomstandigheden of schoon stookgedrag op te nemen in de beoordelingscriteria bij de specifieke zorgplicht.

In het omgevingsplan kunnen maatwerkregels en omgevingswaarden worden opgenomen. In deze route werken we geen voorbeelden van standaard-omgevingswaarden met emissie-en/of immissieniveaus uit, omdat dit nog nader onderzoek vereist naar acceptabele niveaus. Zie pagina Algemene regels: Immissie-eisen voor het gebruik van houtkachels.

Voorbeeld beoordelingscriteria specifieke zorgplicht

In het rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' (pdf, 3 MB) (2024) staat in hoofdstuk 5 het volgende voorbeeld voor mogelijke beoordelingscriteria bij de specifieke zorgplicht:

1. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de houtstookactiviteit die hij verricht of laat verrichten in, op of aan een bouwwerk, erf of terrein gezondheidsschade, milieuverontreiniging of onaanvaardbare geurhinder veroorzaakt of kan veroorzaken, onder andere als gevolg van het verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden verwacht om die schade of hinder te voorkomen en niet te laten voortduren.
2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat sprake moet zijn van schoon stookgedrag en dat alle passende preventieve maatregelen worden getroffen tegen:
a. milieuverontreiniging;
b. het vermijden van waarneembare geur afkomstig van houtstook;
c. ernstige aantasting van de gezondheid van omwonenden.

Optioneel artikellid:

Deze plicht houdt ook in dat:
d. de houtstookactiviteit alleen dient voor sfeerverwarming;
e. niet wordt gestookt wanneer een code rood geldt, afgegeven door Stookwijzer.

Dit voorbeeld geeft handvatten over wat de zorgplicht ten minste inhoudt en wanneer hieraan is voldaan. De precieze invulling van deze criteria zou nog verder uitgewerkt kunnen worden.

Overgangsregeling en/of financiële compensatie

Als u als gemeente kiest voor strikte beoordelingscriteria, kan een overgangsregeling of financiële compensatie wenselijk zijn. De specifieke zorgplicht in de bruidsschat is op zichzelf niet nieuw, omdat een ‘verbod’ op overlast eerder in artikel 7.22 Bouwbesluit was geregeld.

Het hierboven genoemde rapport 'Sturen op houtstook in het omgevingsplan' bevat de volgende algemene voorbeeldbepaling voor een overgangsperiode:

Degene die vóór [datum] een houtstookactiviteit verricht die bestaat uit het gebruik van een verbrandingstoestel voor vaste brandstof bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis voor sfeerverwarming mag deze activiteit nog gedurende vier [ of ander getal ] jaar na [ datum ] verrichten.