Mobiele werktuigen

Mobiele werktuigenMobiele werktuigen zoals bouwmachines, veegwagens, aggregaten en landbouwwerktuigen, dragen ondanks hun beperkte aantal voor 11% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. Streefdoel uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) is om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies (NO2 en fijnstof ) van mobiele werktuigen in 2030 met minimaal 75% te hebben verminderd ten opzichte van 2016. Voor bouwmaterieel wordt hierbij uitgegaan van de doelen uit het Klimaatakkoord, waaronder het streven naar emissieloze bouwlogistiek en de inzet van emissieloze mobiele werktuigen in de stad. Daarbij is de afspraak gemaakt om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken.

Samenwerkruimte

Mobiele werktuigen in de uitvoeringsagenda SLA

Er is veel overlap en synergie met andere beleidsvelden. Maar er zijn ook verschillen. Het SLA richt zich op de gezondheidseffecten van fijnstof en NO2. De stikstofaanpak richt zich op het verminderen van de stikstofemissies van NOx. Het klimaatakkoord richt zich op het reduceren van de CO2-emissies.

Deze doelen hebben direkt en indirekt met elkaar te maken en beïnvloeden elkaar. Dat heeft geleid tot een breed gedeelde wens om te werken aan één programma en één routekaart waar de verschillende beleidsdoelen en initiatieven samenkomen. Samenwerking is hierbij cruciaal. Doordat de partijen dezelfde standaarden hanteren en een langetermijnperspectief te bieden ontstaat een gelijk speelveld. Dit biedt zekerheid aan marktpartijen om te investeren in schonere en emissieloze mobiele werktuigen.

De maatregelen in 4 sporen

Spoor 1: Routekaart

Het Rijk ontwikkelt samen met andere partijen binnen Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB), de routekaart voor de bouw. Hierin komt ook een uitwerking van de SLA-doelen voor mobiele werktuigen. Een werkgroep van SLA-deelnemers geeft input aan deze routekaart. In deze werkgroep zitten Rijkswaterstaat en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Hiermee geeft de werkgroep invulling aan de SLA-maatregelen 2 en 5.

Spoor 2: Contracteren en handhaven

De SLA-deelnemers pakken dit spoor samen op met SEB. Binnen dit spoor geven de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en de  gemeenten Rotterdam, Utrecht, Arnhem en Heerlen invulling aan SLA-maatregelen 3, 4 en 6.

Spoor 3: Internationaal

Binnen dit spoor geeft het ministerie van IenW invulling aan SLA-maatregel 7.

Spoor 4: Publiekrechtelijk kader

Het 4e spoor is nog in ontwikkeling en wordt aan de uitvoeringsagenda toegevoegd.

De maatregelen

2. Onderzoek naar ingroeipad (routekaart) voor schoon en
emissieloos bouwmaterieel

SLA-deelnemers vragen bij alle nieuwe aanbestedingen een ambitieniveau dat minimaal overeenkomt met de MVI-criteria gepubliceerd door PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De grootste winst is te behalen door samen met medeoverheden en de markt een strategie voor de langere termijn vast te stellen om de inzet van mobiele werktuigen stapsgewijs te verschonen. Daarbij gaat het om:

  • het zo snel mogelijk beëindigen van de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en met een hoge stikstofdioxide-emissie
  • het versnellen van de ingroei van emissieloze mobiele werktuigen

Gelijk speelveld

Alle SLA-deelnemers hanteren dezelfde standaarden. Daardoor ontstaat een gelijk speelveld. Dit biedt zekerheid aan marktpartijen voor investering in schonere en emissieloze mobiele werktuigen.

Routekaart SEB

In de routekaart SEB komen de beleidsdoelen voor luchtkwaliteit en gezondheid, natuur en klimaat samen. De themagroep mobiele werktuigen werkt de input vanuit het luchtkwaliteits- en gezondheidsperspectief uit. Daarbij onderzoekt de themagroep onder andere of gemeenten mobiele werktuigen zonder roetfilter uit stedelijk gebied kunnen weren. De themagroep brengt de uitgangspunten in bij de ontwikkeling van de routekaart SEB.

Voor de inzet van de Rijksoverheid is deze routekaart bepalend. De bredere routekaart kan verdergaan dan alleen vanuit luchtkwaliteit en gezondheid nodig is. De routekaart wordt voorgelegd aan de Stuurgroep van het SLA. Daarna wordt deze in 2022 vastgesteld. Na vaststelling nemen SLA-deelnemers de ambities over in hun uitvoeringsplannen.

5. Onderzoek naar mogelijkheden voor omgevingsvergunningen en milieuzones

In 2 pilots (Amsterdam en Utrecht) zijn de mogelijkheden onderzocht om luchteisen op te nemen in vergunningen en milieuzones.

De 1e pilot is in november 2020 uitgevoerd in Amsterdam-West. Vervuilende dieselaggregaten worden in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden.

In de gemeente Utrecht is onderzoek gedaan naar de juridische haalbaarheid om een minimale emissienorm te verplichten via omgevingsvergunningen. Het gaat om omgevingsvergunningen in plannen rond bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC).

3. Afspraken over gunningscriteria in aanbestedingen

Onderdeel van de routekaart is de stapsgewijze aanscherping van gunningscriteria in aanbestedingen. Na het vaststellen van de routekaart volgt aanpassing van de MVI-criteria. De Stuurgroep van het SLA besluit over de toepassing binnen het SLA. Zolang aanvullende afspraken over de periodieke aanscherping niet zijn gemaakt, gelden de luchtgerelateerde MVI-criteria als minimum.

4. Aanbestedingen voor (bouw)projecten voor mobiele werktuigen

Vanuit het aanbestedingstraject richting uitvoerders hebben de rijksoverheid, provincies en gemeenten een belangrijke invloed op de inzet van duurzamere mobiele werktuigen. De afspraken richten zich op bouwmachines, materieel voor groenbeheer, aggregaten voor bijvoorbeeld bronbemaling en festivals, koelvoorzieningen in het wegvervoer en speciale voertuigen die onder de categorie mobiele werktuigen vallen. Gemeenten en provincies hebben al veel inzicht in, en ervaring met, aanbesteding en uitvoering van projecten gericht op het verduurzamen van mobiele werktuigen.

Minimaal geformuleerde eisen en stimuleringsbepalingen

Afspraak uit het Akkoord is dat alle deelnemers voor aanschaf van materieel en aanbesteding van werken minimaal de geformuleerde eisen en stimulerende bepalingen zoals geformuleerd in maatregel 3. Waar wenselijk kunnen partijen verdergaande ambitie opnemen. Bijvoorbeeld voor de inzet van elektrisch materieel, ambitieuzere emissienormen (Stage IV of schoner) nabij stikstofgevoelige natuur, in hoogbelast stedelijk gebied of nabij kwetsbare bestemmingen.

Pilots

Diverse gemeenten zijn al begonnen met het uitvoeren van pilots om de mogelijkheden te verkennen en toe te passen om emissies van eerdergenoemde voertuigen te reduceren. De uitkomsten van deze pilots geven een 1e beeld in praktische uitvoerbaarheid en handhavingsmogelijkheden binnen aanbestedingen. In het verleden is ruimschoots aandacht geweest voor deze bronnen, bijvoorbeeld via de Green Deal Het Nieuwe Draaien.

MVI-criteria-tool

Relevante onderdelen van de huidige MVI-criteria-tool:

  • emissienormen (stagenormen)
  • energiebesparing: toepassen van Het Nieuwe Draaien en stimuleren van energiebesparing zoals Load sensing-technologie, standkachel, ecomodus, snelheidsbegrenzer (dumpers) en instelbare bandenspanning
  • structureel en hoogwaardig onderhoud
  • stimuleren van de inzet van hybride of elektrische mobiele werktuigen of werktuigen op waterstof

6. Onderzoek naar mogelijkheden voor handhaving emissie-eisen en ontwikkeling keuringssystematiek

Door de invoering van emissie-eisen (stagenormen) worden nieuwe mobiele werktuigen steeds schoner. Een zorgpunt hierbij is of deze werktuigen in de praktijk ook blijvend voldoen aan de emissienormen. Uit onderzoek van TNO blijkt dat bij afnemend functioneren van bijvoorbeeld het roetfilter of de SCR-katalysator of wanneer deze in zijn geheel uitgeschakeld raakt, de emissies sterk toenemen.

Op dit moment is nog onvoldoende zicht op de praktijkemissies. Daarnaast is de wens om te kunnen controleren of het ingezette materieel voldoet aan criteria in aanbestedingen, vergunningen en gebiedsbepalingen. Door het ontbreken van een kenteken kan de controle niet plaatsvinden zoals dat bij het wegverkeer wel het geval is.

Plan van aanpak monitoring, toezicht en handhaving

Bij de uitwerking van de routekaart SEB wordt een gezamenlijk plan van aanpak opgesteld. Dit plan geeft invulling aan monitoring, toezicht en handhaving van emissies van mobiele werktuigen. Bij de uitwerking van de mogelijkheden om emissie-eisen te handhaven en de daarbij behorende keuringssystematiek worden in ieder geval de volgende onderdelen betrokken:

  • registratie van mobiele werktuigen per bouwplaats via een web-based monitoringstool
  • handhaving door controle op welke machines worden ingezet
  • monitoring van de inzet en emissies door uitlezing op afstand via software en hardware in werktuigen
  • keuringsmomenten van de emissie ter plaatse

Betrokken partijen

De gemeenten Rotterdam, Amsterdam en Arnhem en de provincie Gelderland zijn betrokken vanuit de uitvoering van pilots met als focusgebied monitoring en handhaving. Daarnaast is de branchevereniging van leveranciers van bouwmachines BMWT aangesloten vanuit de expertise rond keuring.

7. Internationale inzet

De rijksoverheid zet zich actief in voor verdere aanscherping van de Europese normstelling voor luchtvervuilende emissies voor mobiele werktuigen. Voorzieningen voor het blijvend voldoen aan de normen zijn daarin een belangrijk aandachtspunt.

Op korte termijn is er geen moment om nieuwe stage-normen vast te stellen. De rijksoverheid bespreekt met de Europese Commissie de wenselijkheid en mogelijkheden voor het instellen van CO2-normen voor mobiele werktuigen. Daarmee zal (ook) het aandeel elektrische mobiele werktuigen versneld vergroot worden.

Meer informatie